Romance voor de fans van De liefdeshypothese van Ali Hazelwood.
Operatie liefde
Een nieuwe start en een nieuwe liefde. Maar haar geheim kan alles kapotmaken.
Mia Prins wil voor altijd breken met haar verleden en vertrekt naar Zeeland waar zij als chirurg in opleiding in het ziekenhuis gaat werken. Ze vindt een huis, maakt vrienden, geniet van haar werk en voelt zich steeds meer thuis in haar nieuwe leven.
Als bonus is er ook nog het geflirt met haar schandalig knappe opleider Jack, met wie ze het wel héél goed kan vinden. Maar als Mia en Jack verliefd worden, slaan de twijfels toe. Want Mia heeft een groot geheim dat niet alleen haar toekomst met Jack in de weg staat, maar ook haar bestaan als arts en alles wat ze tot nu toe heeft opgebouwd.
Wie is Mia eigenlijk? En zal Jack haar vergeven, als hij de waarheid ontdekt?
“Ik ben fan… de perfecte balans tussen diepgang en een glimlach.”
Bel de streamingsdiensten maar op, want er ligt hier een geweldig verhaal voor een heerlijke nieuwe ziekenhuis soap. Jack Finley is jouw nieuwe dokter McDreamy. Deze heerlijke roman heeft de Grey’s Anatomy vibes. Ben jij klaar voor chaos en romantiek op de werkvloer?
Een boek dat van begin tot eind je aandacht vasthoudt, erg lastig om weg te leggen. Mooi verhaal, fijne setting in ziekenhuis in Zeeland en een beetje spice. Het boek deed me met vlagen denken aan boeken van Ali Hazelwood. Echt een aanrader om in een keer uit te lezen!
Een overheerlijke feelgoodroman die je niet meer aan de kant wil leggen als je eenmaal bent begonnen. Smullen van de bovenste plank! Ik baal gewoon enorm dat ik ’m heb uitgelezen, want wat was dit GENIETEN!
Proloog
Tien jaar geleden
Ik zit in de zon op een houten bankje aan een grasveld op Place des Vosges, een van de mooiste pleinen van Parijs in het hart van Le Marais… en ik voel me ronduit ellendig.
Dit is niet hoe ik het me had voorgesteld. Het is zomer, vijfentwintig graden. Om me heen bewonderen toeristen de imposante gebouwen, spelen kinderen tikkertje rond de fontein en paraderen Parisiennes op naaldhakken. Ik slaak een diepe zucht. Kon ik maar een sprong in de tijd maken, dan was dit allemaal achter de rug.
Op een kwartier lopen ligt het congrescentrum waar deze dagen een groot medisch congres plaatsvindt. Het is dé plek waar vooraanstaande chirurgen en andere dokters van over de hele wereld samenkomen om hun inzichten te delen en vernieuwingen binnen de chirurgie te bespreken. En over een klein uur moet ik daar een presentatie geven.
Maandenlang heb ik ’s avonds naast mijn studie aan een onderzoek gewerkt. Inmiddels ken ik de verschillende operatietechnieken bij een blindedarmontsteking bij zwangere vrouwen tot in detail. Ik heb er zelfs een artikel over geschreven dat hopelijk wordt gepubliceerd in een medisch vaktijdschrift. Toen ik het artikel indiende voor dit congres kon ik alleen maar hopen dat ze interesse zouden hebben. Voor een tweedejaars studente geneeskunde zoals ik, zou dat een unieke prestatie zijn. Ik liep dan ook over van trots toen ik een e-mail ontving met de complimenten van de beoordelingscommissie en een uitnodiging om een presentatie te komen geven. Dagenlang was ik in de wolken, in no time had ik mijn slides in elkaar gedraaid.
Maar dat was toen. Toen schoof ik voor het gemak mijn angst voor spreken in het openbaar opzij, inclusief alle lichamelijke sensaties die daarmee gepaard gaan. Klamme handen, droge strot, hartkloppingen. Want zo is de situatie nu. Zelfs het prachtige Parijs kan daar niks aan veranderen.
Ik kijk naar de aantekeningen op mijn schoot. Ik kan ze inmiddels dromen. Nog langer voorbereiden heeft geen zin, dus ik kan maar beter teruglopen naar het congrescentrum. Zorgvuldig stop ik de papieren in mijn rugzak en controleer voor de zoveelste keer of mijn usb-stick nog steeds in het voorvak zit. Jaloers werp ik een blik op een jonge vrouw die ontspannen op een kleedje ligt te lezen. Na mijn presentatie kom ik hier terug om hetzelfde te doen, neem ik me voor.
Eenmaal binnen loop ik rechtstreeks naar het damestoilet. Ik werk mijn beperkte make-up bij, poets de glazen van mijn bril schoon en strijk de stof van mijn jurk glad. Voor de gelegenheid heb ik mijn wilde, blonde krullen steil gemaakt, zodat ik er representatiever uitzie. Wanneer ik naar mijn gespannen spiegelbeeld kijk, zakt de moed me in de schoenen. Het móét goed gaan. Ik kan het niet verpesten. Vooral niet omdat ik de dochter en zus van zo’n beetje de bekendste chirurgen van Nederland ben. De verwachtingen zijn hooggespannen.
Geen druk verder.
Ik ga naar de zaal waar ik straks mijn presentatie moet geven en open de deur. Tot mijn schrik zie ik een enorme hoeveelheid stoelen staan. Nu, tijdens de lunchpauze, zijn ze leeg, maar straks zit deze zaal vol en er passen gemakkelijk honderd mensen in. Veel meer dan ik dacht. Die realisatie perst in een keer alle lucht uit mijn longen. Ik haast me naar buiten en ga zitten op een bankje naast de stenen trappen bij de ingang. Pas als een licht briesje in mijn gezicht blaast, kan ik weer goed doorademen.
Het gekke is, ik ben helemaal niet zo bang aangelegd. Insecten, grote hoogtes, kleine ruimtes; het doet me allemaal niks. En gelukkig maar, want ik heb twee oudere broers die me voortdurend uitdagen om mijn grenzen te verleggen. Bovendien wil ik straks na mijn geneeskundestudie een snijdend specialisme kiezen, en voor snijden in mensen heb je sowieso durf nodig. Maar spreken voor een grote zaal met mensen die allemaal naar je kijken, dat is andere koek.
Ik probeer mezelf te kalmeren. Het enige wat ik zo moet doen, is naar de microfoon stappen en het verhaal vertellen dat ik door en door ken. Hoe moeilijk kan het zijn? Inmiddels stromen de congresgangers vanuit de lunchroom de trap op naar binnen. Ze passeren me zonder me echt op te merken. Ik kijk op mijn horloge: nog twintig minuten. Ik sluit mijn ogen en adem vier tellen in door mijn neus en zes uit door mijn mond. En nog eens.
‘Excuse me.’ Een warme stem met een prachtig Brits accent haalt me uit mijn gedachten. ‘Gaat het wel goed met je?’
Verrast kijk ik op, mijn hand boven mijn ogen tegen de felle zon, en ontmoet een paar helderblauwe ogen die me vriendelijk maar bezorgd aankijken.
‘Eh, ja hoor,’ beantwoord ik aarzelend de vraag van de lange man die voor me staat. Er zit een lichte slag in zijn dikke donkerblonde haar.
‘Weet je het zeker? Als ik eerlijk mag zijn; je ziet een beetje bleek, wat best knap is met dit weer.’ Hij glimlacht naar me.
Ik zucht. ‘Dat komt omdat ik moed aan het verzamelen ben om naar binnen te gaan. Het voelt alsof mijn laatste uur geslagen heeft,’ zeg ik, ietwat dramatisch.
Hij fronst licht, maar al snel verschijnt diezelfde glimlach weer. ‘Ah, jij bent een van de volgende sprekers.’ Ik knik met een minuscule hoofdbeweging en hij steekt zijn hand naar me uit. ‘Kom, ik loop met je mee naar de zaal. Als je hier nog langer blijft zitten, verbrand je nog.’
‘Nee, bedankt,’ kreun ik. ‘Geloof je me als levend verbranden aantrekkelijker klinkt dan doodgaan van de zenuwen op het podium ten overstaan van zoveel mensen?’
Zijn mondhoeken krullen verder omhoog en er verschijnt een kuiltje in zijn wang. ‘Ik vrees dat je vandaag niet de kans krijgt om dood te gaan, met al die dokters om je heen.’
Daar heeft hij een punt.
‘Wil je een stukje opschuiven?’ vraagt hij en ik maak ruimte voor hem. Hij komt naast me zitten, op gepaste afstand, maar dicht genoeg om zijn geur van fris katoen en een vleugje citrus te kunnen ruiken. ‘Zenuwen horen erbij,’ gaat hij verder. ‘Bij iedereen, geloof me. Het is een kwestie van beginnen, dan volgt de rest vanzelf.’
Ik werp hem een sceptische blik toe. ‘Voelt het bij jou dan ook alsof er iets in je borst brandt en je langzaam verteert vanbinnen?’
- Verschenen
- 23 april 2025
- Uitgever
- Ambo|Anthos
- ISBN
- 9789047210238, 9789047210245, 9789047211273, 9789047212522
- Storytel
- 4,5 (86 waarderingen)
- Hebban
- 4,3 (248 waarderingen)
- Kobo
- 4,5 (109 waarderingen)




