Naar de inhoud
Madelon van Tilborg
Home  ›  Boeken  ›  De moeite waard
Omslag van De moeite waard

Diagnose: Liefde · deel 2

De moeite waard

Nour besluit het roer om te gooien en stort zich op het openen van een holistisch geboortecentrum, in de overtuiging dat ze het allemaal alleen kan… totdat haar droomlocatie haar wordt geweigerd.

Wanneer Oliver, de beste vriend van haar broer, een neprelatie voorstelt om de verhuurder te overtuigen, stemt Nour meteen in. Maar doen alsof met je tegenpool blijkt gecompliceerder dan gedacht, zeker wanneer sommige gevoelens maar al te echt beginnen te worden.

Hoofdstuk 1

  • ‘Bij mevrouw De Jongh in kamer drie zijn de persweeën begonnen. Haar eigen verloskundige is aanwezig, maar ze vroeg of wij paraat willen staan voor de zekerheid.’

    ‘Dokter Sanders, mevrouw Ahmed in kamer zes heeft negen centimeter ontsluiting, maar ik vermoed dat de baby in sterrenkijkerpositie ligt. Ze is bijna vierentwintig uur bezig en raakt uitgeput. Het hartfilmpje van de baby is nog goed, maar het zou me niet verbazen als het een keizersnede wordt. Wil jij haar beoordelen?’

    ‘Dokter Sanders, mijn patiënte in kamer acht wil een ruggenprik. Kan ik de anesthesioloog bellen?’

    ‘Dokter Sanders, kamer twee wil…’

    Ik luister naar de stemmen, gejaagd, alert. Ik hoor zelfs wat ze vragen, tenminste, het merendeel ervan. Maar het lukt me niet om te reageren. Mijn mond voelt droog. Mijn ogen branden, zwaar in hun kassen, en mijn brein voelt als een dot watten. Ik ben moe. Zo moe dat ik ter plekke in slaap zou kunnen vallen.

    ‘Nour? Nour!’

    Ik knipper een paar keer met mijn ogen en draai mijn hoofd naar daar waar ik denk dat het geluid vandaan kwam.

    Mia Prins, een van mijn beste arts-assistenten, kijkt me vragend aan met een vriendelijke, enigszins bezorgde glimlach op haar gezicht. ‘Jij moet van ver komen. Gaat het?’

  • Ik knik en realiseer me tegelijk dat Mia niet de enige is die me aankijkt. Om haar heen heeft zich een groep verpleegkundigen en verloskundigen verzameld die allemaal iets van mij, de dienstdoende gynaecoloog, willen.

    ‘Prima.’ Ik klink niet erg overtuigend. ‘Even naar het toilet. Geef me één minuut, daarna beantwoord ik alle vragen.’

    Zonder Mia’s reactie af te wachten, loop ik weg. Ik sluit de deur van het toilet achter me en leun ertegenaan. Een lange zucht ontsnapt uit mijn mond. Nog één uur. Eén uur voordat de nachtdienst me komt aflossen en ik eindelijk deze acht dagen non-stop in het ziekenhuis kan afsluiten. Het uur kan niet snel genoeg voorbijgaan. Met tegenzin kom ik weer in beweging, draai de kraan boven de wasbak open en hou mijn polsen eronder. Het koude water werkt verfrissend. Ik werp een blik op het toilet, maar ik hoef niet te plassen. Om te kunnen plassen moet je namelijk gedronken hebben, en dat is iets wat ik al uren niet meer heb gedaan. Net als eten, overigens. Ik trek aan de band van mijn witte broek en merk dat hij alweer losser zit. De kilo’s zijn er deze week weer af gevlogen. Ik kan wel wat missen, maar toch, dit is geen gezonde manier. Ik staar naar mijn spiegelbeeld. Naar de blauwe, halvemaanvormige kringen onder mijn ogen, de restjes rode lippenstift op mijn verder bleke lippen. Ik ben een schim van mijn normale zelf, bijna zo wit als mijn doktersjas en ik moet serieus opletten dat ik dit laatste uur mijn hoofd erbij hou en geen fouten maak. Mijn vlecht ligt uitgezakt over mijn linkerschouder. Ik trek het elastiek eruit en bind de zware bos in een strakke knot boven op mijn hoofd.

    Dan plens ik nog wat water in mijn gezicht, recht mijn rug en spreek mezelf bemoedigend toe. ‘Nog één uur, het komt goed.’ Mijn spiegelbeeld is niet gerustgesteld.

  • Als ik de artsenkamer binnenloop, is tot mijn verbazing de rust wedergekeerd. Alleen Mia is nog aanwezig en zit achter een van de twee computers. In opperste concentratie slaat ze met korte, felle slagen de toetsen van het toetsenbord aan. Ze heeft niet in de gaten dat ik achter haar sta.

    ‘Ik weet dat het een drukke avond is, maar dat toetsenbord moet nog langer mee…’

    Mia kijkt op en het duurt even tot mijn woorden tot haar doordringen. Dan glimlacht ze flauwtjes. ‘Waar is iedereen gebleven? Net stond hier een heel rijtje dames te dringen.’

    ‘Ik heb het afgehandeld,’ antwoordt ze. ‘De anesthesioloog is gebeld, bij kamer drie kunnen we afwachten en ik ga zo de mevrouw met de niet-vorderende ontsluiting beoordelen. Ik werd alleen net gebeld door een verloskundige die onderweg is met een zwangere vrouw met langdurig gebroken vliezen en koorts waarbij de bevalling niet op gang komt. Dat was ik net in de computer aan het zetten.’

    Ze onderdrukt een geeuw, op haar wangen ligt een lichtroze blos. Ook Mia is moe. Ze heeft er weliswaar niet een week avonddienst plus nachtdienst als achterwacht op zitten, maar ze werkt hard, heeft een peuter thuis en het is al weken belachelijk druk.

    ‘Dus verder is alles nu onder controle?’ vraag ik. Mia knikt bevestigend. ‘Mooi, goed gedaan. Wanneer heb jij voor het laatst wat gedronken of gegeten?’

    Een nadenkende frons vormt zich tussen haar wenkbrauwen. ‘Eh…’

    ‘Dat ga je nu eerst doen, voordat je naar de mevrouw met de niet-vorderende ontsluiting gaat. Het restaurant is al dicht, maar bij de receptie ligt nog fruit, zag ik. Of trek een Snickers uit de automaat, voor mijn part.’

Verschenen
17 juli 2024
Uitgever
Ambo|Anthos
ISBN
9789047209553, 9789047209560
Storytel
4,5  (58 waarderingen)
Kobo
4,5  (66 waarderingen)
Hebban
4,3  (112 waarderingen)