In het zonovergoten Australië valt Jonah als een blok voor de charmante Connor. Ze beleven een intense romance, maar die eindigt abrupt wanneer Connor plotseling verdwijnt.
Verward keert Jonah terug naar Nederland en probeert zijn leven weer op te pakken. Voorlopig is hij wel even klaar met de liefde. Maar dan verschijnt Connor ineens in het ziekenhuis waar Jonah werkt, en moeten de twee tegen wil en dank met elkaar samenwerken.
Jonah bedenkt een plan om Connors leven flink ingewikkeld te maken, in de hoop dat hij rechtsomkeert maakt naar Australië. Maar kan Jonah zijn oude gevoelens de baas blijven, of valt hij opnieuw voor de aantrekkingskracht van Connor?
Hoofdstuk 1
Perth, Australië
Het leven is goed. Met een tevreden zucht plof ik neer op mijn handdoek. Zoals altijd zit hij meteen onder het zand. Ach, wat maakt het uit? Het is begin januari, achtentwintig graden, en ik geniet van het moment, van de zon in mijn gezicht. Een aangenaam briesje waait vanaf zee. Ik leun achterover en strek me uit, terwijl de natte stof van mijn zwembroek tegen mijn benen plakt. In de verte zie ik hem. Als een professional glijdt hij met zijn surfplank over de golven. Vol bewondering bekijk ik het sterke lichaam dat behendig de zee bedwingt. Het lijkt zo moeiteloos, maar niets is minder waar. Mijn vermoeide spieren zijn daar het bewijs van, evenals de halve liter zeewater die ik vanochtend heb ingeslikt tijdens poging nummer vijfenzestig. Na weken oefenen is mijn techniek iets verbeterd, net als mijn uithoudingsvermogen en balans. Ik denk dat ik nu toch zeker vijf seconden op de plank kan blijven staan, mits de golven klein en niet te krachtig zijn. Ik ben duidelijk geen natuurtalent, maar we kunnen niet overal in uitblinken. Geef mij een bal aan mijn voeten en ik domineer het voetbalveld. Bij Connor daarentegen zit surfen in zijn Australische bloed.
Ik draai me om en ga op mijn buik liggen, mijn handen onder mijn wang gevouwen. Ik blaas een te lang geworden krul uit mijn gezicht; ik moet serieus naar de kapper. Met gesloten ogen luister ik naar de geluiden om me heen: het breken van de golven op de branding, reggaemuziek van een groep jonge gasten, vrolijke stemmen van kinderen die hier spelen op Cottesloe Beach. Van nature ben ik iemand die niet lang stil kan zitten, die graag eropuit trekt, het liefst de bergen of de bossen in. Wie had gedacht dat ik het strand zo zou kunnen waarderen? Schijnbaar is dit een van de beste surfplekken van Perth, de hoofdstad van West-Australië, dankzij de vele rotsformaties onder het water. Doordat de golven over de rotsen rollen, breken ze sneller, wat ze uitdagender maakt en van betere kwaliteit. Althans, dat heb ik me laten vertellen. Want laten we eerlijk zijn, ik heb er geen bal verstand van.
Mijn rust wordt abrupt verstoord door een stortvloed aan waterdruppels die op mijn huid neerkomt. Direct schiet ik overeind. ‘Stop daarmee,’ roep ik, maar het is al te laat. Een lachende Connor, drijfnat en koud, duwt me achterover. ‘Serieus, Con, stop,’ waarschuw ik opnieuw, zonder veel overtuiging in mijn stem.
Connor trekt zich er niets van aan en drukt zijn koele lichaam tegen me aan. Jemig, wat is hij sterk. Hij lacht en ik worstel onder hem, maar zodra ik zijn lippen op de mijne voel, stop ik mijn verzet. Het zoute zeewater prikkelt mijn tong. Zijn handen woelen door mijn krullen, zoals hij meestal doet. Dan glimlacht hij tegen mijn lippen, wat tot een van mijn meest favoriete dingen behoort.
Als hij zich uiteindelijk van me losmaakt, open ik mijn ogen. Ik knijp ze samen tegen het felle licht en zie die van hem, warm en bruin, in contrast met zijn dikke, goudblonde haar.
‘Je bent onuitstaanbaar, weet je dat?’
Connor grijnst. ‘Een van mijn beste eigenschappen,’ antwoordt hij speels, in dat overduidelijke Australische accent met nasale klanken en unieke uitspraak van klinkers.
Met een teder gebaar strijkt hij de krul die zich niet laat temmen uit mijn gezicht. ‘Het water is heerlijk. Alhoewel, misschien niet als je er zoveel in ligt als jij.’ Vrolijk rolt hij van me af naar zijn eigen handdoek.
‘Ach, man, hou toch op. Ik kan misschien niet zo lang blijven staan, maar ik peddel inmiddels als de beste. Rottnest Island is een makkie vanaf hier.’
Lachend schudt hij zijn hoofd. ‘Oké, Aquaman.’
Hij vouwt zijn handen achter zijn hoofd en sluit zijn ogen. Ik duw mezelf omhoog en steun op mijn elleboog om naar hem te kijken. Zijn buik gaat rustig op en neer; met elke teug vertraagt zijn ademhaling. De zon werpt een warme gloed over zijn wangen, accentueert zijn scherpe kaaklijn en het blonde haar dat in natte lokken over zijn voorhoofd valt. Onbewust reikt mijn hand naar zijn borst. Hij draagt vandaag geen wetsuit. Zijn huid is warm onder mijn vingers en ik voel het kloppen van zijn hart. Voor het eerst in zevenendertig jaar ben ik verliefd, als je tenminste juf Lisa in groep vier niet meetelt. Alles wat ik ooit dacht te voelen, valt in het niet bij wat ik voor Connor voel: de wens om zoveel mogelijk van hem te willen leren kennen, de drang om voortdurend bij hem te willen zijn. Het feit dat wanneer we samen zijn, alles gereduceerd lijkt te worden tot simpelweg wij tweeën.
Na twee volle maanden met elkaar te hebben doorgebracht, komt het eind van mijn sabbatical in zicht. Ik ben er nog niet klaar voor om dit los te laten. Ik heb meer nodig. Meer tijd, meer mogelijkheden, meer… hem. Daarom heb ik een plan gemaakt.
Wees dapper.
Ik schraap mijn keel en slik langzaam. ‘Ik denk erover om langer in Australië te blijven… zodat we kunnen zien waar dit naartoe leidt, jij en ik. Als je wilt tenminste.’
Connor opent zijn ogen en bestudeert me een moment. Dan verschijnt er een brede lach op zijn gezicht. Zijn handen omsluiten mijn wangen. Een eerste kus landt op mijn voorhoofd, een tweede op mijn neus, de laatste op mijn mond, voordat hij me stevig tegen zich aan trekt. Ik geef me eraan over en geeuw ontspannen, gelukkig. De korte nachten beginnen hun tol te eisen. Niet dat ik klaag. Verre van.
Hij strijkt met zijn vingers door mijn haar. ‘Ik ben gek op die lange, donkere krullen. Gek op jou. Ik zou het geweldig vinden als je blijft,’ zegt hij zacht.
Een ongekende warmte verspreidt zich door mijn borst. Mijn ogen vallen dicht, een tevreden hum klinkt uit mijn keel.
Ja, het leven is goed. Of zoals Remco Campert zegt, het leven is vurrukkulluk.
- Verschenen
- 13 november 2024
- Uitgever
- Ambo|Anthos
- ISBN
- 9789047209577, 9789047209584
- Storytel
- 4,1 (42 waarderingen)
- Kobo
- 4,2 (57 waarderingen)
- Hebban
- 4,2 (94 waarderingen)




